Positief is dat een groot deel van de hoogspanningsverbinding daadwerkelijk ondergronds zal worden gebracht.
Voor het bovengrondse deel worden de bestaande hoogspanningslijnen echter gewoon verzwaard, waarbij een nieuwe 380 kV-verbinding bij de bestaande 150 kV-verbinding wordt gehangen aan de bestaande masten. In die zone zullen er heel wat meer woningen binnen de 0,4 µT-stralingscontour komen te liggen dan vandaag het geval is. Hoewel wij dit hebben gevraagd, is niet onderzocht of een andere uitvoeringswijze (vb. modernere masten, ontdubbeling gebruik…) de stralingslast niet zou kunnen verminderen.
Ook met onze vraag om duidelijke waarborgen in te bouwen om te vermijden dat achteraf zou blijken dat de straling die uitgaat van de hoogspanningsverbinding toch hoger zou zijn dan verwacht (bijvoorbeeld door een hogere jaargemiddelde belasting dan verwacht), is niets gebeurd.
Evenmin hebben wij iets vernomen over onze vraag om minstens in behoorlijke compensaties te voorzien wanneer bovenstaande bijkomende stralingslast niet kan worden vermeden.
Daarnaast zouden er duidelijke maatregelen kunnen genomen worden om de hinder tijdens de werffase (geluid, mobiliteit…) zo laag mogelijk te houden, maar dit wordt nauwelijks voorzien.
Het bestuur gaat dan ook in beroep.