Knop
Hoogspanningsmasten

Ventilus: Beroep Raad van Vergunningsbetwistingen omgevingsvergunning

12 mei 2026

Het College van Burgemeester en Schepenen heeft beslist om het ministerieel besluit van 27 april 2026, waarbij aan de nv Elia Asset een omgevingsvergunning wordt verleend voor het deel van het Ventilus-project dat (onder meer) over het grondgebied van onze gemeente loopt (OMV_2025025781), aan te vechten bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen.

De omgevingsvergunning en de aanvraag kunnen tot 20 juni 2026 worden geraadpleegd op het Inzageloket: https://omgevingsloketinzage.omgeving.vlaanderen.be/2025025781/inhoud-aanvraag

Eerdere negatieve adviezen

Eerder bracht het College reeds twee maal negatief advies uit over deze aanvraag (zie updates van 19/12/2025 en 12/03/2026), waarin onder meer werd vastgesteld dat Elia te weinig inspanningen levert om de impact op de gezondheid en het welzijn van de burgers zo minimaal mogelijk te houden.

Gebrek aan voldoende waarborgen

Positief is dat een groot deel van de hoogspanningsverbinding daadwerkelijk ondergronds zal worden gebracht.

Voor het bovengrondse deel worden de bestaande hoogspanningslijnen echter gewoon verzwaard, waarbij een nieuwe 380 kV-verbinding bij de bestaande 150 kV-verbinding wordt gehangen aan de bestaande masten. In die zone zullen er heel wat meer woningen binnen de 0,4 µT-stralingscontour komen te liggen dan vandaag het geval is. Hoewel wij dit hebben gevraagd, is niet onderzocht of een andere uitvoeringswijze (vb. modernere masten, ontdubbeling gebruik…) de stralingslast niet zou kunnen verminderen.

Ook met onze vraag om duidelijke waarborgen in te bouwen om te vermijden dat achteraf zou blijken dat de straling die uitgaat van de hoogspanningsverbinding toch hoger zou zijn dan verwacht (bijvoorbeeld door een hogere jaargemiddelde belasting dan verwacht), is niets gebeurd.

Evenmin hebben wij iets vernomen over onze vraag om minstens in behoorlijke compensaties te voorzien wanneer bovenstaande bijkomende stralingslast niet kan worden vermeden.

Daarnaast zouden er duidelijke maatregelen kunnen genomen worden om de hinder tijdens de werffase (geluid, mobiliteit…) zo laag mogelijk te houden, maar dit wordt nauwelijks voorzien.  

Het bestuur gaat dan ook in beroep.