Knop

Labyrint Merkemveld

In 2008 werd voor het bossencomplex Baesveld/Merkemveld een bosbeheerplan opgemaakt. Tijdens dit traject, werden restanten (her)ontdekt van een groot labyrint dat oorspronkelijk deel uitmaakte van het landschapspark van het kasteeldomein Baesveld. Waarschijnlijk was het kasteelheer Adolphe de Vrière die in de periode 1850-1860 het labyrint liet aanleggen.

Een labyrint aan het Doolhofpad

Het labyrint is gelegen tussen de Klaverdreef aan de oostzijde en de Bruggeweg aan de westzijde, te Loppem op sectie D, perceel 343A. Het Doolhofpad loopt dwars door het middelpunt van het labyrint. De naam van het pad zet ons eigenlijk op het verkeerde been. Het is overigens ook niet zeker dat dit de originele naam van de dreef is. Een doolhof, zoals dat van het Kasteel van Loppem, heeft kruisende en doodlopende paden. Je moet keuzes maken en je kan verdwalen. Een labyrint heeft slechts één pad: het leidt je van de enige ingang vanzelf naar het midden via een parcours dat voortdurend van richting verandert. De weg is even belangrijk, misschien zelfs belangrijker, dan het midden bereiken. 

Hoe zag het labyrint eruit?

Het gaat om een cirkelvormig labyrint met een diameter van 92 meter, wat zeer groot is in vergelijking met andere voorbeelden. Er zijn 11 concentrische cirkels in de vorm van uitgegraven greppels op regelmatige afstand van elkaar. Tussen de greppels, die in natte perioden onder water stonden en zorgden voor drainage van de drassige bospercelen, zijn er opgehoogde plantbedden of rabatten van ongeveer 4 met breed. Alleen de buitenste rabat is iets breder. Je liep niet in de greppels, maar op de verhogingen. Wellicht had het labyrint een heel open karakter en was het niet beplant, maar werden de greppels louter kruidvrij gehouden. 

In het midden van het labyrint is er een rond rustpunt dat omgeven is door een cirkel van beuken. Wellicht waren de beuken oorspronkelijk tot één compacte haag gesnoeid die van het centrale punt een besloten, intiem binnenhofje maakten. Ondertussen zijn de haagplanten opgeschoten tot hoge beuken. De bomen staan ongewoon dicht bij elkaar, gegroepeerd op twee kleine, tegenover elkaar staande zones, net buiten de bedding van het huidige Doolhofpad. Het middelpunt van het labyrint komt dus niet overeen met het midden van de dreef. Het labyrint was zo’n 1,6 km lang – en dan moest je natuurlijk via dezelfde weg terug. 

Een labyrint van het Otfrid-type?

schets van een labyrint van het Otfrid-type

Hoe moeten we het ons het labyrint nu concreet voorstellen? Vermoedelijk gaat het hier om een labyrint van het ‘Otfrid-type’. In zo’n labyrint loop je telkens een volledige cirkel zonder onderbreking. Daarna wissel je van ‘spoor’ of cirkel, telkens op dezelfde straal van de cirkel. Ook de ingang van het labyrint en de toegang tot het centrum bevinden zich op diezelfde straal. 

Dit soort labyrint is vernoemd naar de monnik Otfrid van Weißenburg (ca. 790-875), die in zijn Liber Evangeliorum , een bloemlezing uit de evangeliën, een tekening van een labyrint toevoegde. De basis voor zijn tekening was een 40 jaar oud model uit Sankt Gallen met zeven omwentelingen. Hij maakte er 11 van, waardoor het labyrint geïnterpreteerd kan worden als de zondes – tegenover de 10 geboden, of als onvolkomen aantal (net geen twaalf apostelen). 

Foto: voorbeeld Otfrid-labyrint 

Archeologisch onderzoek geeft geen uitsluitsel

LIDAR II-beeld waarop het labyrint is te zien

Het archeologisch onderzoek uit 2014 heeft echter geen uitsluitsel kunnen geven over het type. De archeologen konden geen weg opmerken die helemaal van buiten naar het centrum loopt en telkens draait. Dit keerpunt lag alvast niet onder het Doolhofpad, dat – in de huidige vorm – pas is aangelegd wanneer het labyrint niet meer in gebruik was.  

Het is ook niet duidelijk hoe je van het ene naar het andere rabat kan stappen. Er zijn geen aanwijzingen gevonden dat de greppels of grachten niet allemaal doorliepen tot in de centrale gracht. Misschien liepen de grachten wel gewoon door en waren er bruggen (houten planken) voorzien om het labyrint te kunnen uitlopen. De archeologen maken ook de bedenking of het wel de bedoeling was om het labyrint uit te lopen? Of was het gewoon een ‘folietje’ in het kasteelpark? 

Foto: LIDAR II-beeld van het doolhof, waarbij via infrarood de omgeving en de afstanden nauwkeuring kaart worden gebracht. 

Waarom een labyrint?

Foto van Adolphe de Vrière als oudere man met snor

Ook over de betekenis van het labyrint is er geen zekerheid. Waarschijnlijk maakte het deel uit van de romantische parkaanleg in opdracht van baron Adolphe de Vrière (1806-1885). Hij erfde het kasteel Baesveld, samen met 50 ha bos -het centrale gedeelte van het Merkemveld- van zijn vader Aloïs. Het bleef zijn eigendom tot aan zijn dood in 1885.  

Adolphe was getrouwd met Marie-Louise de Serret (1811-1876) en had een rijk gevulde politieke loopbaan. Hij en zijn vrouw hadden vier kinderen: Hélène (°1833), Léon (°1835), Camille (°1838) en Alfred (°1840). Adolphe verbouwde en vergrootte het bestaande jachtpaviljoen (of kasteeltje) tot een groot kasteel, deed bijkomende grondaankopen en legde rond zijn kasteel een uitgestrekt Engels landpark aan. Hiervan zijn de plannen, voor zover we weten, helaas verloren gegaan. Daarnaast liet hij een kasteelhoeve, een oranjerie met ommuurde moestuin met een drietal serres én een kapel bouwen. Dat laatste lijkt merkwaardig voor een veronderstelde vrijdenker. 

Het labyrint was ongetwijfeld een eyecatcher en spelelement in de romantische tuin. Maar waarschijnlijk was het meer dan dat: oorspronkelijk zijn labyrinten en doolhoven dragers van een diepere symboliek, teruggaand op een traditie die duizenden jaren oud is, denk bv. maar aan het legendarische labyrint van Knossos (of was het een doolhof?).

Labyrinten zouden oorspronkelijk een rol gespeeld hebben in vruchtbaarheids- of inwijdingsrituelen. Ze werden ook gezien als een symbolische weergave van de kosmos. Later werd het labyrint een symbool voor de levensweg of spirituele tocht: net als je je doel denkt te bereiken, neemt het leven toch een andere wending. In de Middeleeuwen kreeg het labyrint ook een christelijke betekenis: een weg (of pelgrimstocht) om dichter bij God te komen. 

Vanaf de 18-19e eeuw kreeg het labyrint een bijzondere betekenis binnen de vrijmetselarij. Het is er een symbool van de zoektocht naar de Waarheid of de Verlichting en wordt gebruikt tijdens het inwijdingsritueel van nieuwe logeleden. 

Adolphe De Vrière was een vrijdenker en lid van de Brugse loge La Réunion des Amis du Nord van 1828 tot het einde van de loge in 1831. Maar of ‘ons’ labyrint echt een maçonnieke (bij)betekenis had, is helemaal niet zeker. 

Foto: Adolphe De Vrière  (Royal Collection Trust)

Een kort leven

Het labyrint laat zich niet gemakkelijk dateren. We zijn hiervoor aangewezen op historische kaarten en archeologisch onderzoek m.b.t. het bodemgebruik. Op een kaart uit 1861 van het Dépôt de la Guerre is het aangelegde romantische park in Engelse landschapsstijl goed te zien. Belangrijke elementen zoals de grote spiegelvijver of ook de ijskelder en het labyrint zijn niet aangeduid op de kaart, noch op een recentere kaart uit 1884 van het Institut Cartographice Militaire. Pas op hun kaart uit 1911 is de grote vijver te zien én is het Doolhofpad aangeduid. 

De vijver is dus pas later aangelegd, maar geldt dit ook het labyrint? Net niet, we moeten het Doolhofpad zoals in 1911 opgetekend zien als een ‘verstoring’ van de originele toestand. Zolang het labryint in gebruik was, zal er vermoedelijk niet meer dan een paadje gelopen hebben vanaf de Bruggeweg (of vanaf de Klaverdreef) tot aan de ingang van het labyrint, maar zeker niet verder. Wanneer het Doolhofpad werd verbreed tot 5 meter en werd doorgetrokken van de Bruggeweg tot aan de Klaverdreef – dus dwars doorheen de hoofdas en het middelpunt van het labyrint -  betekende dit het einde van het labyrint, waarbij mogelijk ook alle reliëfsporen van de hoofdas definitief werden uitgewist. 

We moeten de aanleg van het labyrint dus vroeger situeren, misschien zelfs al in die eerste fase van de parkaanleg rond het midden van de 19e eeuw. Op de topografische kaart uit 1861 zien we namelijk dat het perceel waar we nu de relicten van het labyrint zien, was ingekleurd als grasland i.p.v. bos. Vaak werden labyrinten namelijk in een iets opener omgeving geplaatst en niet onder een dicht bladerdek. 

Het archeologisch onderzoek ondersteunt dit: het toont aan dat de plek waar het labyrint werd aangelegd oorspronkelijk een veldlandschap was dat, toen het tot het kasteeldomein behoorde, werd omgevormd tot kasteelpark en productiebos. Op een bepaald moment is de bodem bewerkt en de originele bodem vernield. Op die akkers is het labyrint aangelegd. Het is wel mogelijk dat de akker eerst nog een tijdje een weide is geweest voor de aanleg van het labyrint, dus dat er in 1861 nog geen labyrint was. 

In het onderzoek wordt ook besloten dat het mogelijk is dat er tijdens het gebruik van het labyrint al een bos rond stond. Op de kaart van 1884 is het perceel nl. al opnieuw bebost. Het is mogelijk dat het labyrint toen al in onbruik raakte, maar het kan ook nog gebleven zijn als een open plek in het bos. Het is wel zeker dat het labyrint ten laatste in 1911 definitief werd opgegeven. De kans bestaat dus dat het labyrint slechts een zeer tijdelijke frivoliteit is geweest, dat slechts een twintigtal jaar gebruikt en onderhouden werd. 

Fragment kaart Dépot de la Guerre uit 1861

Huidig bosbeheer

Sinds de (her)ontdekking van het labyrint zijn er verschillende plannen geweest om (een deel van) het labyrint opnieuw vrij te leggen. Er werd uiteindelijk beslist om dit niet te doen en de natuur haar gang te laten gaan. Dankzij verschillende onderzoeken hebben we wel een beter beeld van hoe het labyrint er uitgezien heeft. Bovendien blijven de sporen van het labyrint onmiskenbaar aanwezig in het landschap. De torenhoge beuken die opmerkelijk dicht bij elkaar staan en de ondiepe greppels en rabatten – weliswaar bedekt onder een bladerdek – herinneren ons aan het uitgekiende landschapspark van De Vrière. 

Bronnen

Naar 

  • BRAET, J., VANHEVEL, A., Open Monumentendag 2015. Het Kasteeldomein Baesveld. Handleiding gidsen, Zedelgem, 2015. 
  • BRAET, J., Het labyrint in het gemeentelijk domein Merkemveld (interne nota), Zedelgem, 2011. 
  • HUYGHE, J., LAMBRECHT, G., MIKKELSEN, J.H., Labyrint in het Merkemveld te Loppem, (Zedelgem), Proefonderzoek, niet-uitgegeven onderzoeksrapport, Brugge, 2016. 
  • LAMBRECHT, G., MIKKELSEN, J.H., Archeologierapport. Labyrint Merkemveld, Doolhofpad (Zedelgem), niet-uitgegeven onderzoeksrapport, Brugge, 2016.

 

NOOT: deze pagina is nog in opmaak. Vragen kunnen gerichten worden naar archief@zedelgem.be 

Vragen? Contacteer ons